Nest, door Didi de Paris

1968 was ook een bijzonder jaar. Frankrijk was in de ban van het oproer. Er hing bloed in de lucht. In Amerika dreigde een burgeroorlog. Tanks reden door de straten. Tot overmaat van ramp stierf op 2 september Onze Grootste Vlaamse schrijver: Ernest Claes.
Bij zijn heengaan was zo niet de meerderheid, dan toch een aanzienlijk deel van de natie gehuld in diepe rouw.
Op vele plaatsen en in vele harten werd getreurd om het boegbeeld van christelijke ontvoogding.
Zijn pen was vergroeid met het land. Maar dat is niet de hele waarheid. Zijn laatste vijftig jaar woonde hij in Brussel. Graag was hij teruggekeerd naar zijn dorp, maar zijn vrouw, een Nederlandse, wilde niet. In de grote koude stad, in tijd en ruimte ver van alles en iedereen afgesloten, schreef hij een kroniek over zijn dorp in de tweede helft van de jaren twintig.
Op 8 september, de dag dat de teergeliefde schrijver naar zijn laatste rustplaats werd gedragen, begonnen de opnamen van een televisiefeuilleton dat gebaseerd is op zijn werk. Op 18 januari 1969 kwam de eerste aflevering op de buis. De snelheid waarmee men bij de nationale televisie te werk was gegaan – een behandeling waarop normaliter slechts koningen en rampen kunnen rekenen – gaf de reeks de dramaturgie van een extranieuwsuitzending.
Niets is nog zoals het toen was. In die dagen bleef de kijk op de wereld nog hoofdzakelijk beperkt tot twee televisiekanalen, één voor ieder landsdeel, beide in zwart-wit.

Het was meteen een schot in de roos. Drie seizoenen na elkaar! Tientallen afleveringen. Een bloedstollende serie over een pastoor, zijn meid en een stel hufters in hun hutten rond de kerk.
Legendarisch was de traagheid waarmee dit alles in beeld werd gebracht! Elke shot was een trip op zich.
De hoge concentratie getelevisioneerde godsvrucht kluisterde de natie week na week aan de buis. Bij elke aflevering voltrok zich in elke huiskamer een transsubstantiatie. Het televisietoestel veranderde in een tabernakel, de beeldbuis in een godslamp.
Het land stond op zijn kop. De straten, getroffen door de Hand Gods, waren leeg. Vierenzeventig procent van de bevolking keek naar dit feuilleton. Nooit werd dat percentage geëvenaard.
Vóór elke aflevering constateerde men een beduidende stijging in het elektriciteitsgebruik.
Na afloop steeg het watergebruik.

Dat biecht de televisie vanavond, meer dan dertig jaar later, op. Waaruit we mogen concluderen dat we ook toen al goed in het oog werden gehouden.

http://www.ernestclaesgenootschap.be/index.html

Dit bericht is geplaatst in Columns en getagd, , , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.